Woonplaats van sterk moeiende aandeelhouder was beslissend voor vestigingsplaats beleggingsvennootsc

Gepubliceerd op donderdag 10 maart 2011 om 15:00

Organisatie: Rechtbank 's-Gravenhage

 

Rechtbank Den Haag heeft onlangs in een feitelijke procedure uitspraak gedaan over de vestigingsplaats van een zuivere beleggingsvennootschap die haar zetel eind 2001 had verplaatst naar de Nederlandse Antillen.

Daarbij rees de vraag of de vennootschap na de zetelverplaatsing in Nederland als beperkt buitenlands belastingplichtige belast kon worden over een aan Nederland toegewezen (bescheiden) belastbare winst of onbeperkt binnenlands belastingplichtig was.

De rechtbank onderschreef het standpunt van de bv dat bij de vaststelling van de vestigingsplaats van een lichaam in het algemeen ervan moet worden uitgegaan dat de werkelijke leiding van het lichaam berust bij zijn (statutaire) bestuur en dat de vestigingsplaats overeenkomt met de plaats waar dit bestuur zijn leidinggevende taak uitoefent. Echter volgens een arrest van de Hoge Raad uit 1993 kan dit anders zijn als de daadwerkelijke leiding niet door het bestuur maar door een ander wordt uitgeoefend. Dat was in de onderhavige procedure het geval. Er was sprake van een alles overheersende bemoeienis van de in Nederland woonachtige aandeelhouder. Dit bracht de rechtbank tot het oordeel dat de bv voor de jaren 2002 en 2003 onbeperkt binnenlands belastingplichtig was in Nederland.

Nederland heft vennootschapsbelasting van lichamen - bijvoorbeeld nv's en bv's - die in Nederland zijn gevestigd (binnenlands belastingplichtigen) en van niet in Nederland gevestigde lichamen die Nederlands inkomen genieten (buitenlands belastingplichtigen). De vestigingsplaats van een lichaam wordt bepaald naar de feiten en omstandigheden van het geval. De plaats van de werkelijke leiding van de vennootschap bepaalt doorgaans de vestigingsplaats.

Naast bovengenoemde feitelijke omstandigheden die de vestigingsplaats van een lichaam bepalen, kan een lichaam in Nederland belastingplichtig zijn voor de vennootschapsbelasting op basis van de zogeheten woonplaatsfictie. Deze fictie houdt kort gezegd in dat de oprichting van een lichaam naar Nederlands recht ertoe leidt dat het opgerichte lichaam steeds geacht wordt in Nederland te zijn gevestigd. Er gelden hierbij nog enige aanvullende bepalingen. Ingeval de werkelijke leiding van een naar Nederlands recht opgericht lichaam niet in Nederland is gelegen, heeft het lichaam in beginsel een dubbele vestigingsplaats. Een regeling ter voorkoming van dubbele belasting -veelal een belastingverdrag met het land waar de werkelijke leiding is gevestigd- moet in dat geval uitsluitsel bieden over de vestigingsplaats. Anders ontstaat dubbele heffing.

Rechtbank Den Haag heeft onlangs in een feitelijke procedure uitspraak gedaan over de vestigingsplaats van een vennootschap waarbij de (toenmalige) Belastingregeling voor het Koninkrijk (BRK) met de Nederlandse Antillen regels bevatte over de vestigingsplaats van een vennootschap. De zaak was als volgt.

Een naar Nederlands recht opgerichte bv had haar zetel eind 2001 verplaatst naar de Nederlandse Antillen. De bv was kort daarvoor een zuivere beleggingsvennootschap geworden. Een aldaar gevestigd trustkantoor werd als statutair bestuurder aangesteld en werd formeel belast met het vermogensbeheer. De diverse bijlagen van de beheerovereenkomst met het trustkantoor bevatten voor de directie veel richtlijnen waardoor de directie feitelijk geen vrije hand meer had in het vermogensbeheer. De richtlijnen hielden in essentie in dat alle essentiële directiebeslissingen -zoals onder meer over het te voeren beleggingsbeleid- voorafgaande goedkeuring bij aandeelhoudersbesluit behoefden. De bv had in 2002 en 2003 (als beperkt buitenlandse belastingplichtige) aangifte vennootschapsbelasting gedaan naar belastbare winsten van bescheiden omvang. De inspecteur week van de aangiften af en stelde zich op het standpunt dat de bv (nog steeds) in Nederland was gevestigd en legde de bv als onbeperkt binnenlands belastingplichtige aanslagen vennootschapsbelasting op die een veelvoud beliepen van de aangegeven belastbare bedragen. De zaak kwam voor Rechtbank Den Haag.

De rechtbank stelde vast dat de bv in ieder geval tot december 2001 feitelijk in Nederland werd geleid en dat de bv het standpunt innam dat haar feitelijke leiding in 2002 en 2003 in de Nederlandse Antillen was gevestigd. Onder meer op basis van de regels uit de toenmalige BRK was de rechtbank van oordeel dat de bv de bewijslast had om haar standpunt te onderbouwen. De rechtbank onderschreef het standpunt van de bv dat bij de vaststelling van de vestigingsplaats van een lichaam in het algemeen ervan moet worden uitgegaan dat de werkelijke leiding van het lichaam berust bij zijn (statutaire) bestuur en dat de vestigingsplaats overeenkomt met de plaats waar dit bestuur zijn leidinggevende taak uitoefent. De rechtbank wees vervolgens op een arrest van de Hoge Raad uit 1993. Daarin had de Hoge Raad aangegeven dat wanneer het aannemelijk is dat de werkelijke leiding van het lichaam door een ander wordt uitgeoefend dan dat bestuur, dit aanleiding kan zijn voor de conclusie dat als vestigingsplaats van het lichaam wordt aangemerkt de plaats van waaruit die ander de leiding uitoefent.

Op basis van eerdergenoemde feiten en omstandigheden was de rechtbank van oordeel dat de aandeelhouder de daadwerkelijke leiding uitoefende. Dit leidde ertoe dat de bv voor de jaren 2002 en 2003 onbeperkt belastingplichtig was in Nederland. De rechtbank stelde verder vast dat de inspecteur terecht enige correcties had aangebracht in de aanslagen en verklaarde het beroep van de bv ongegrond.

Rechtbank 's-Gravenhage 22-12-2010, LJN BP3111

Datum uitspraak: 22-12-2010
Datum publicatie: 17-02-2011
Rechtsgebied: Belasting
Soort procedure: Eerste aanleg - meervoudig
Status: gepubliceerd
Zaaknummers AWB 08/5802 VPB en AWB 08/5803 VPB
Inhoudsindicatie: X B.V. is een zuivere beleggingsvennootschap. X heeft een trustmaatschappij als haar statutair bestuurder benoemd. X stelt vervolgens dat zij niet meer vanuit Nederland maar vanuit de Nederlandse Antillen werd geleid. Rechtbank Den Haag oordeelt dat aannemelijk is dat X steeds feitelijk door haar enig aandeelhouder vanuit Nederland werd geleid. Gelet hierop was Nederland bevoegd vennootschapsbelasting te heffen over de door X behaalde winsten. Het beroep is ongegrond.

Uitspraak op Jure.nl: Rechtbank 's-Gravenhage 22-12-2010, LJN BP3111

(Source: www.rechtennieuws.nnl)

Minister Dekker kondigt nieuw wetsvoorstel mediation aan

DEN HAAG - Minister Dekker (Rechtsbescherming) kondigt aan met een nieuw wetsvoorstel te komen om de mediationmarkt te reguleren. Hij wil onder meer een register voor beëdigde mediators invoeren.

Strafzaak over fatale marineduik Curaçao stilgelegd in afwachting van zaak nabestaanden

ARNHEM - De strafzaak over de duikoefening op Curaçao waarbij in 2015 een 23-jarige marineduikster overleed, wordt stilgelegd. De nabestaanden zijn het niet eens met de aanklacht en stappen eerst naar het gerechtshof.

Ajax sluit sponsordeal met Curaçao

AMSTERDAM/WILLEMSTAD - Ajax voetbalt vanaf zondag, als het de competitie hervat tegen Sparta Rotterdam, met de naam 'Curaçao' op de mouw.