Interview met gevolmachtigd minister Mr. Marcel van der Plank

door Arthur Oster

We zitten op het gedeeltelijk ontruimde kantoor dat tot voor kort “Notariskantoor van der Plank” heette. Er is een dikke zwarte streep getrokken door de naam. De interviewer werkte er in de tachtiger jaren als kandidaat-notaris. Er is wel het een en ander veranderd.

AO: Je hebt me wel eens in vertrouwen verteld dat je het notariaat eigenlijk niet erg leuk vond. Dat zei je me toen ik – als kandidaat-notaris – in de tachtiger jaren juist met veel plezier bij je werkte. Het beviel mij wel in het notariaat, maar ik ben eruit gestapt, terwijl jij, ondanks al je reserves, tot midden 2009 notaris bent gebleven.

Van der Plank: Misschien heb ik dat indertijd wat sterk gezegd. Maar er zijn inderdaad altijd aspecten van het notariaat geweest, die niet leuk zijn, althans, die ik nooit leuk vond. Je weet het ook uit je eigen ervaring: Boedelverdelingen konden mij maar weinig boeien. Je kon er vaak weinig eer mee behalen en de mensen waren bijna nooit echt tevreden. Vaak voelde een van de partijen zich tekort gedaan, soms voelden ze dat beiden. Verder merkte ik, vooral de laatste jaren, dat cliënten veel meer eisen stelden, lastiger werden, over pietluttige afrekeningen problemen maakten en domweg veel meer zeurden.

AO: Maar Marcel, dat begrijp ik niet goed. Ik ken jou als een uiterst precieze, nauwkeurig werkende vakman. Je stelde ook altijd aan jezelf en aan je personeel hoge eisen. Hoe kan dat dan dat je cliënten desondanks lastiger werden?

Van der Plank: Ja, dat is waar. En daarom was het voor mij des te teleurstellender, als je die hoge eisen aan jezelf en je personeel stelt, men dan soms nog niet tevreden is. Ik had dan keihard gewerkt aan een bepaalde zaak en dan kreeg je toch nog allerlei kritiek te horen. Dat kwam bij mij vaak als frustrerend over. Dat was voor mij ook een belangrijke reden om eerder als notaris te stoppen. Ik had tot m’n 65ste kunnen doorgaan, maar ik vond het op m’n 58ste eigenlijk meer dan genoeg. Verder merkte ik dat het personeel steeds slordiger werd. Ik merkte dat ik steeds meer me moest bezighouden met het controleren van de mensen om me heen. Je wordt een dagje ouder en daardoor heb je ook wat minder geduld dan vroeger. Dat zijn allemaal redenen voor mij om er mee te stoppen en wat rustiger aan te gaan doen. Ik wilde eigenlijk gewoon wat anders gaan doen. Dat managen werd me na meer dan 30 jaar notariaat wat te veel.

AO: Maar daarvoor was je ook al werkzaam in het notariaat.

Van der Plank: Ja, ik ben op 22-jarige leeftijd, na mijn studie in Utrecht, als kandidaat-notaris begonnen bij Elmer Joubert. Dat werd later het kantoor Joubert, Palm en Senior. Op m’n 27ste werd ik benoemd tot notaris. Daarmee werd ik de jongste notaris in het koninkrijk. Nu vind ik het geweldig dat ik aan een soort tweede carrière kan beginnen. Begrijp me goed: mijn benoeming tot gevolmachtigd minister zat helemaal niet in de planning en het was ook zeker niet de reden om afscheid te nemen van het notarisambt, wat sommige mensen denken. Ongeveer een maand nadat ik afgetreden was, werd ik door de minister-president gevraagd om de vakature, die ontstaan was door het vertrek van Paul Comenencia, wilde gaan invullen. Ik ben nu als gevolmachtigd minister per 4 juli benoemd. Dat was een dag na de Rijksministerraadvergadering van 3 juli jl. Paul Comenencia heeft die gelukkig nog willen bijwonen, want ik voelde me nog te weinig ingewerkt om aan die vergadering deel te nemen. De eerstvolgende vergadering is pas eind augustus als de ministers terug zijn van vakantie. Ik heb dan ook wat meer tijd om me in te werken.

AO: Ik ken je ook als iemand die met een zeker dédain op veel politici en bepaalde ambtenaren neer keek. Nu ben je zelf een “beroepspoliticus” geworden.

Van der Plank: (met een schaterende lach!): Ja en nee! Een gevolmachtigd minister staat toch wel iets buiten de gewone politiek dan de, laten we zeggen, “echte ministers”. Je zit op afstand en je hebt wat minder met de lokale politiek te maken. Maar, ik vind het wel een enorme uitdaging.

AO: Heeft een gevolmachtigd minister ook “notariële bevoegdheden”?

Van der Plank: Ja, een aantal dingen die we op het Antillenhuis doen, heeft wel een raakvlak met het notariaat. We legaliseren bijvoorbeeld handtekeningen en geven levensbewijzen af ten behoeve van pensioenuitkeringen en dergelijke.

AO: Even terug naar je werk als notaris. Wat stoorde je in je werk verder nog?

Van der Plank: Er is met name een instelling, waar het notariaat voortdurend problemen mee heeft. En het lijkt wel of die problemen alleen maar groter worden. Met name Economische Zaken is altijd een bron van ellende en frustratie voor het notariaat geweest. De hele procedure van de afgifte van vestigingsvergunningen duurt veel te lang. Ook kwam men regelmatig met allerlei nieuwe eisen en voorschriften, die je vaak volkomen onaangekondigd te horen kreeg.

Naar mijn idee zou die hele vestigingsvergunningsregeling het beste helemaal kunnen worden afgeschaft. Ik denk dat er op allerlei andere manieren voldoende instrumenten zijn om datgene te reguleren waarvoor de vestigingsregeling ooit bedoeld was. De Ruimtelijke-ordening bepalingen en de Toelatingsregeling zijn meer dan voldoende. De vestigingsregeling wordt in de praktijk ook niet eens (of nauwelijks) gecontroleerd. Het is wel een obstakel voor veel ondernemers om met initiatieven te beginnen. Vooral buitenlandse investeerders worden er door afgeschrikt. Die willen ook meestal niet beginnen zolang de vergunningen niet rond zijn. Lokale ondernemers trekken zich daar veel minder wat van aan, omdat ze weten dat Economische Zaken die bedrijven in de praktijk ongemoeid laat.

De procedure is zo moeizaam! We kennen gevallen dat je twee, drie jaren gewoon niets hoort! Om onduidelijke redenen worden vergunningen soms geweigerd. Zelfs de afgifte van “offshorevergunningen” die in de tijd dat jij nog bij mij werkte, werden afgegeven binnen enkele dagen, loopt een half jaar tot een jaar achter! En dit terwijl het in feite niet meer is dan het afstempelen van een kopie van het verzoekschrift. Er is daar kennelijk ook maar een persoon die die aanvragen kan afhandelen. En ja, natuurlijk is de vestigingsregeling voor de offshorevennootschappen sowieso een nutteloos en dus overbodig vertragend obstakel. Toch zie je soms dat om onduidelijke redenen in de lokale praktijk binnen een paar maanden ineens wel een vestigingsvergunning wordt afgegeven en in vergelijkbare gevallen duurt het jaren of komt die vergunning nooit af.

Verder blijft het natuurlijk een onverkoopbare zaak dat een Antilliaan die een eenmanszaak begint, geen vestigingvergunning nodig heeft, terwijl hij die wel nodig heeft als hij z’n bedrijf in een NV onderbrengt. Leg dat maar eens aan je cliënten uit! Ik vind het dus heel begrijpelijk dat zo’n Antilliaan gewoon met z’n bedrijfsactiviteiten begint en niet gaat zitten wachten tot na jaren de vergunning rond is.

AO: Wat heb jij in jouw tijd als notaris er aan gedaan om deze onnodige “red tape” te verminderen?

Van der Plank: Vooral toen ik in het bestuur van de Notariële Notariële ereniging heb ik vaak besprekingen met de overheid over deze problematiek gehad. We spraken met gedeputeerden, met Economische Zaken, met de Kamer van Koophandel. We hebben voorstellen gedaan over hoe het sneller zou kunnen. En eigenlijk is het alleen maar moeilijker geworden. Als je nu ziet wat er allemaal verlangd wordt om een verzoekschrift te mogen indienen! Ik kan je daar een lijst van geven. Waar we vroeger konden volstaan met het indienen van een rekest, moeten we nu de statuten van de vennootschap meesturen, een uittreksel van de Burgerlijke Stand, een kadastraal kaartje van de vestigingsplaats en dan voor niet-Antillianen verblijfsvergunningen of verklaringen van rechtswege toegelaten, etc. etc. Het pakket wordt steeds dikker. De verblijfsvergunningen zijn soms weer afhankelijk van de vestigingsvergunning, dus dan draai je lekker in een kringetje. Vooral Nederlanders, die hier na lang verblijf van rechtswege zijn toegelaten, kunnen soms dat papiertje niet meer vinden en moeten dan weer in de rij gaan staan bij Immigratie om een kopie aan te vragen. Die zijn daar dan weer dagen mee bezig.

Het kadaster is gelukkig de laatste paar jaar verbeterd. Door de automatisering is de service echt beter. Niet lang geleden moesten wij, notarissen iemand in dienst nemen, die zelf voor de inzage in het kadaster moest zorgen en dan duurde het nog steeds 1 – 2 weken. Nu kunnen we “online” een inzage aanvragen en die hebben we meestal binnen 2 dagen.

AO: Wat is je grootste succes geweest? Waar ben je erg trots op?

Van der Plank: Over het feit dat er nooit een claim tegen mij is ingediend, die tot een schadevergoeding heeft geleid. Er is ook nooit een klacht tegen mij ingediend die tot een toewijzing is gekomen. Ik ben mijn notariële loopbaan dus ongeschonden doorgekomen. Ik ben best trots op die prestatie!

AO: Het beroemde notariskantoor Van der Plank bestaat niet meer. Het is historie, net als het kantoor van Smeets.

Van der Plank: Ja, dat is het gevolg van ons wettelijke systeem. We hebben hier geen invloed op de benoeming van opvolgers. Daarom kunnen we ons kantoor ook niet verkopen en geen “goodwill” in rekening brengen bij een overdracht. Er is hier sprake van feitelijke kapitaalvernietiging.

AO: Wie zijn je voorbeelden geweest?

Van der Plank: Ongetwijfeld is dat Elmer Joubert. Hij was een uitstekend notaris en een voortreffelijk jurist.

AO: Gaat de herstrukturering van de Nederlandse Antillen nog invloed hebben op het notariaat?

Van der Plank: Ik ben blij dat je me dit vraagt. Er zit een groot probleem aan te komen. Als de BES-eilanden niet meer tot het zelfde land behoren als Curaçao of St. Maarten, wie moet dan een akte passeren als er geen notaris voor een van die eilanden beschikbaar is. Dan doel ik niet alleen op de notaris in Bonaire maar ook op de situatie op Saba en Statia, die geen eigen notaris hebben. Wat moet het publiek dan gaan doen? Een vliegtuig naar Nederland nemen? Dat zal toch niet de bedoeling kunnen zijn? Maar er moet wel over nagedacht worden.

AO: Ik ga nu toch ook iets aan je vragen over je ministerschap: Excellentie, waar gaat U wonen en wat heeft u tot nu toe gedaan?

Van der Plank: Ik ga met Anna Clara in Den Haag wonen. Naast het Antillenhuis staat een volledig ingerichte ambtswoning, waar ik de afgelopen twee weken al kon slapen. In die eerste twee weken heb ik al een heleboel bezoekjes afgelegd. Ministers en andere politici ontmoet. Ik heb Antilliaanse organisaties ontvangen. Ik ben op bezoek geweest bij de slachtoffers van het gebeuren op Koninginnedag en heb intern van Comenencia een uitvoerige uitleg gekregen van hoe alles intern reilt en zeilt. Hij heeft me geweldig op weg geholpen.

AO: Wat houdt het gevolmachtigd ministerschap in? Wat doe je in die functie?

Van der Plank: Ik vertegenwoordig niet alleen de Antillen in Nederland, maar ook de eilandgebieden. Ik ben lid van de Koninkrijksministerraad. Dat houdt in dat als er onderwerpen zijn die in koninkrijksverband geregeld worden, zoals defensie en internationale betrekkingen, nationaliteit en zelfs koninklijke onderscheidingen, koninkrijks wetten, bijvoorbeeld die nodig zijn in verband met de ontmanteling van de Nederlandse Antillen, hierover overleg plaats vindt in de Koninkrijksministerraadvergadering. Verder geeft het Antillenhuis, waarvan ik de hoogste baas ben, voorlichting, informatie en assistentie. Daarbij wordt je gesteund door de directeur van het Kabinet van de gevolmachtigd minister, die vooral de interne zaken van het Antillenhuis regelt. Dat is de heer Candelaria, die daar al jaren zit en dus precies weet hoe alles moet draaien. Ik ga binnenkort de zgn. Antillengemeenten bezoeken en daar overleg voeren over de problematiek daar. Ik sta onder de minister-president. Ik ben zelf geen verantwoording schuldig aan de Staten. Dat is de taak van de MinPres, die verantwoordelijk is voor mijn handelen. Daarom moet ik ook voor allerlei zaken instructie vragen aan de minister-president. Ook voor het stemmen in de Rijksministerraad. Als het gaat om zaken betreffende de consensusrijkswet is het zelfs zo dat ik moet nagaan bij de eilandgebieden Curaçao en St. Maarten of ze het er mee eens zijn. Dus wat dat betreft heeft een gevolmachtigd minister weinig zelfstandige bevoegdheid. Omdat de ontmanteling van de Antillen niet meer zo lang op zich zal laten wachten (oktober 2010), zal ik dus waarschijnlijk niet heel erg lang gevolmachtigd minister blijven.

AO: Wil je daarna dan gevolmachtigd minister van Curaçao worden?

Van der Plank: Ach, daarna zien we wel weer. Als erkenning zou dat leuk zijn, maar alles hangt dan af van de nieuwe regering. Maar ik hoef niet zo nodig meer een uitgebreide nieuwe carrière.

AO: Nogmaals gefeliciteerd met je benoeming en veel plezier en succes in Nederland. Dank voor dit interview.

Curacao, 21 juli 2009

 

Dit interview werd ook, in verkorte versie, gepubliceerd in het Antilliaans Dagblad van 10 augustus 2009.

Diverse rechterlijke uitspraken deze week

WILLEMSTAD - Deze week staan drie uitspraken op de uitsprakenrol van het Gerecht in Willemstad.

Baker McKenzie most dominant global brand in Biglaw

Baker McKenzie is the most dominant global brand in all of Biglaw. It shouldn’t be a surprise — Baker McKenzie has repeatedly topped the list of the best Biglaw brands, according to Acritas’s Global Brand Index.

VanEps Kunneman VanDoorne strengthens team in Aruba with two attorneys

ORANJESTAD - VanEps Kunneman VanDoorne has recently expanded the team in Aruba with two attorneys.