Interview met mr. A. de Windt: sporter, onderwijzer, docent en advocaat

door mr. Caroline Fiévez

Mr. de Windt is een doorzetter. Als mens en als advocaat. Na een hersenbloeding, nu ruim twee jaar geleden, werkt hij nog steeds. Zij het dat mr. de Windt het wel wat rustiger aandoet. Als gepensioneerd docent vindt mr. de Windt het vooral leuk om zo nu en dan juridisch interessante zaken te doen. Hij zoekt het werk echter niet op.

Zoals een advocaat betaamt is mr. de Windt nieuwsgierig. Voor ik het weet vraagt mr. de Windt naar mijn levensloop. Gelukkig weet ik die zo te buigen dat we toch bij die van hem belanden en mr. de Windt mij over zijn werk en leven begint te vertellen.

“Ik ben niet meer zo bedrijvig. Twee jaar geleden, op Nieuwjaarsdag, we hadden een gezellige avond met champagne gehad, werd ik wakker en stond mijn mond scheef. Men vond dat ik het naar het ziekenhuis moest maar naar mijn idee was er niks aan de hand. Ik dacht dat ik op mijn arm had gelegen. Mijn zoon stond er op dat ik toch naar het ziekenhuis ging dus uiteindelijk ben ik maar gegaan. Na onderzoek bleek dat ik een TIA had gehad of eigenlijk was het geen TIA maar iets met mijn hersenen en moest ik een paar dagen in het ziekenhuis blijven. Ik was toen 70. Overigens werkte ik toen al niet meer full time. Dat is ook niet nodig omdat ik als voormalig docent een pensioen geniet en dat is voldoende.”

In 1954 vertrok mr. de Windt naar Nederland. De eerste paar jaren verbleef hij intern in het Instituut Sint Louis in Oudenbosch alwaar hij de kweekschool volgde. Zijn opleiding ronde hij echter af aan het Thomas Morus in Rotterdam. Mr. de Windt had het naar zijn zin in Nederland.

“Oudenbosch is heel mooi, het is bekend vanwege de koepels van de basiliek. De koepels zijn geïnspireerd op die van de Sint Pieter in Rome. Er waren twee internaten: een meisjesinternaat en een jongensinternaat. Ik heb daar drie jaar gezeten samen met Gerard Cox (cabaratier, acteur CF). De laatste twee jaar van mijn opleiding tot onderwijzer volgde ik op het Thomas Morus in Rotterdam weer samen met Gerard Cox. Daar zat ik niet meer intern maar in pension, dus had ik alle vrijheid. We hadden daar een Antilliaanse Basketball club ABC. Daarin speelden Arubanen, Bonerianen en Curaçaoënaars. We speelden tegen Sparta en al die jongens en zijn in een keer doorgestoten tot de hoofdklasse in Rotterdam. Ik speelde in het team en was ook voorzitter van de club. Ik ben niet lang maar wel bijzonder vlug. Ons team was ontzettend handig, we kropen onder de benen van lange tegenspelers door, ze werden gewoon overspeeld door ons.”

Mr. de Windt was in Nederland niet alleen actief als basketball speler. Ook was hij een getalenteerd atleet. De 800 meter was zijn favoriet. Op deze afstand werd mr. de Windt destijds zelfs 4e in het Nederlands schoolklassement.

“Ik liep ook de 100 en 200 meter maar ik heb te lange benen dus kon ik op deze afstand niet voldoende op dreef komen, wel op de 800 meter.”

In 1974 was het in een klap gedaan met de sport. Mr. de Windt viel op Wacao van de rotsen, als gevolg waarvan hij een open beenbreuk opliep. Vijf operaties volgden en twee jaar lang kon hij niet lopen en zat hij in een rolstoel.

Na zijn opleiding in Nederland keerde mr. de Windt in 1959 terug naar Curaçao en begon hij als onderwijzer op een lagere school. Mr. de Windt behaalde ook nog even de LO akte Spaans en Engels en doceerde vervolgens een aantal jaar Engels, Spaans en Godsdienst op de Mulo later de Mavo, aan het Mgr. Zwijsen college. Na het ongeval in 1974 besloot hij rechten te gaan studeren. Een baan als waarnemend Landsbemiddelaar lag na zijn afstuderen in het verschiet. Mr. de Windt bleef echter in het onderwijs omdat hij als waarnemend Landsbemiddelaar in schaal 8 terecht zou komen terwijl hij als leraar aan de MULO ingeschaald was op schaal 12. “Daar hoefde je dus niet lang over na te denken.” Aldus Mr. de Windt. Als afgestudeerd jurist doceerde mr. de Windt vervolgens Handelsrecht aan het MAO en maatschappijleer aan de MTS. Eind jaren ’80, mr. de Windt was toen 50, mocht hij met pensioen en ging hij als juridisch adviseur aan de slag bij de Curaçaose Aannemersbond.

Begin jaren ‘90 verzocht Mr. de Windt de Raad van Toezicht om te worden toegelaten als advocaat. Dat ging niet zonder slag of stoot.

“Kennelijk mocht de voorzitter van de Raad van Toezicht, een rechter, mij niet of trok het geval hem niet aan. Hij wenste mij niet als advocaat toe te laten en zei: “ je bent onderwijzer, je moet maar onderwijzer blijven”. Ik heb een enorme tegenwerking gehad om als advocaat te worden toegelaten. Ik werd 3 keer afgewezen ook omdat ik moeilijk een patroon kon vinden die mij als advocaatstagiaire wilde opleiden. Iedere keer als ik een mogelijke patroon had gevonden, benaderde die rechter de betreffende advocaat waarop die zich dan als mijn patroon terugtrok. En dat terwijl als ik drie maanden eerder was geweest, niet eens een patroon nodig zou hebben gehad! Het patronaat bestond toen nog niet. Ik heb toen de zaak aangekaard bij minister Knoppel (destijds minister van justitie CF.) Ivo Knoppel heeft toen de betreffende rechter de vraag gesteld waarom ik niet beëdigd kon worden. Het antwoord was dat het standpunt was: eens een onderwijzer, altijd een onderwijzer.” Maar ik wilde advocaat worden. Uiteindelijk vond ik een patroon, mr. E. Maduro, hoewel die aanvankelijk ook niet goed werd bevonden omdat mr. Maduro niet de strafrechtspraktijk beoefende en ik dan op dat gebied onvoldoende zou worden opgeleid.”

Dankzij zijn doorzettingsvermogen werd mr. de Windt toch als advocaat beëdigd en daarmee een voorbeeld voor anderen, zo stelt hij:

“De advocatuur is een vrij beroep. Mijn geval is een opening geweest voor iedereen die advocaat wilde worden.”

Van zijn patroon heeft mr. de Windt afgekeken dat je er ook moet zijn voor de man van de straat. “Als onderwijzer ben je ook een beetje psycholoog en leer je mensen te doorgronden. Ik zag dat mijn patroon heel sociaal was.” Hoewel het niet veel opleverde deed mr. de Windt in het verleden nog al eens zaken waarbij het ging om het erkennen van kinderen of om problemen rondom een verblijfsvergunning. Ook deed mr. de Windt veel echtscheidings- en arbeidszaken. Strafzaken deed hij dus niet.

Soms vraagt mr. de Windt zich wel af waar hij als advocaat alle moeite voor doet. Zo was hij ooit de advocaat van een man die mogelijk een kind had verwekt. De moeder van het kind vroeg in een gerechtelijke procedure om alimentatie voor het kind. Er werd op aanraden van mr. de Windt een DNA test voorgesteld om vast te stellen of de man nu daadwerkelijk de vader was:

“maar bij de rechter zei de man dat hij in staat was om Nafls 100,-- te voldoen, wat door de rechter gezien werd als een erkenning dat hij het kind had verwekt en de man dus veroordeelde tot het voldoen van Nafls 100, - per maand. De aanvrage om een DNA test had dus geen enkele zin meer en die man moest maandelijks Nafls. 100,- betalen. “Mensen zullen in zo’n geval denken dat ik niet deug als advocaat.”

Na zijn periode bij mr. E. Maduro, werd het tijd verder te kijken.

“Bij de grote kantoren vond ik geen anschluss. Die wilden mij niet betalen maar eigenlijk ambieerde ik dat ook niet. Ik ging vanuit huis werken. Hoewel je vroeger geen reclame mocht maken, kreeg je toch wel je cliënten. Het ging van mond tot mond. Tegenwoordig zie je overal reclame voor advocaten. Voor mij hoeft het niet want gelet op mijn gezondheid wil ik niet te veel cliënten hebben”.

Mr. de Windt heeft van allerlei zaken gedaan en stelt vast dat een goede zaak die zaak is die vooral juridisch interessant is. Daar gaat het uiteindelijk om. De meest interessante zaak in zijn loopbaan vindt mr. de Windt een zaak van eilandsambtenaren die niet, net als de ambtenaren van het Land in dezelfde schaal, voor indexering van hun salaris in aanmerking komen.

“Het salaris van landsambtenaren in schaal 15 of hoger werd aanvankelijk niet geïndexeerd. Uiteindelijk kwam er een beschikking, schaal 17a, waarin stond dat ook salarissen van landsambtenaren in schaal 15 of hoger moest worden geïndexeerd. Nou is het zo dat het eilandgebied de salarissen van zijn ambtenaren en de daarbij behorende indexeringen, altijd heeft gekoppeld aan de salarissen van landsambtenaren maar het eilandgebied weigerde met de 17a beschikking mee te gaan. Het salaris van mijn cliënten, eilandsambtenaren, werd dus niet geïndexeerd. In diverse gerechtelijke procedures is het eilandgebied in het gelijk gesteld Die zaak heeft mij vooralsnog geen voldoening gegeven omdat de mensen waarvoor je vecht niet gelijk zijn behandeld. Je voelde al aankomen dat de rechter de indexering geldend voor landsambtenaren niet zou laten gelden voor eilandsambtenaren gewoon omdat het anders de overheid te veel geld zou kosten. Dit is echter in strijd met het gelijkheidsbeginsel temeer omdat het eilandgebied de indexeringen altijd koppelde aan het land. Ik sluit niet uit dat deze zaak nog naar het Europese Hof gaat".

Met zijn vakgenoten kan mr. de Windt het over het algemeen goed vinden. Hoewel hij de houding van een aantal advocaten soms wat arrogant vindt:

“die staan zich erop voor dat ze bij een bepaald kantoor werkzaam zijn en beschouwen mij dan als een mindere".

Mr. de Windt vindt het jammer dat hij niet alle advocaten meer kent. Zo weet hij niet welke advocaten er bij het kantoor van Spigthoff werkzaam zijn. Specifieke bewondering voor een advocaat heeft mr. de Windt niet echt.

“Ik vind wel dat bepaalde zaken horen bij bepaalde advocaten. Vakbondszaken horen wat mij betreft thuis bij mr. Braam. Het kantoor van mr. Martina is goed in strafzaken, maar ook mr. Wilsoe en het kantoor van die twee dames,Vaders & Inderson, vind ik voor dat soort zaken goed. En ik heb respect voor mr. Pols omdat hij een expert is op het gebied van schadevergoedingszaken.”

Mr. de Windt kijkt met plezier terug op zijn carrière. Eerst als onderwijzer, later als vakdocent daarna als advocaat en besluit:

“hoewel ik het werk op mijn leeftijd niet opzoek en bij wijze van spreke net zo goed kan gaan vissen, is de advocatuur leuk om te doen.”

Maart 2010

Mr. Caroline Fiévez is als advocaat werkzaam bij HBN Law.

Copyright by Curacao Legal Portal

Signing legal status of police declared invalid

PHILIPSBURG–Members of the different labour unions were updated about the approved 2019 budget during an informative meeting on Monday, July 8, held by the unions Nationale Algemene Politie Bond (NAPB), Windward Islands Civil Service Union/Private Sector Union (WICSU/PSU) and Algemene Bond van Overheidspersoneel (ABVO) for all members.

Minister Andin Bikker van Aruba bezoekt Hof van Justitie op Curacao

WILLEMSTAD - Minister van Justitie en Immigratie van Aruba, Andin Bikker, heeft donderdag 11 juli een bezoek gebracht aan het Hof in Curaçao. Hij werd daarbij vergezeld door Adviseur Algemene en Juridische Zaken Milko Baiz.

Nederland grijpt in op Curacao middels aanwijzing

Aanwijzing en onderlinge regeling moeten Curaçao er financieel bovenop helpen
DEN HAAG/WILLEMSTAD - De Rijksministerraad heeft op voorstel van staatssecretaris Knops van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties een besluit tot een aanwijzing aan de regering van Curaçao genomen.