Criminal law: Projectteam Prof. De Doelder, Erasmus Universiteit Rotterdam

Het projectteam van prof. Hans de Doelder (Erasmus Universiteit Rotterdam) houdt zich momenteel bezig met de herziening van het Wetboek van Strafvordering van de (voormalige) Nederlandse Antillen en Aruba.

Tevens heeft het projectteam een belangrijke bijdrage geleverd aan de totstandkoming van het nieuwe Wetboek van Strafrecht van Curaçao en Aruba. Het projectteam bestaat thans uit prof. Hans de Doelder, mr. Joost Verbaan, mr. Ronald Verbeek en mr. dr. Sanne Struijk. Ten behoeve van dit project bevindt het projectteam zich gemiddeld vijf maanden per jaar in Caribisch Nederland.

Het project Herziening van het Wetboek van Strafrecht en Strafvordering van Aruba en de (voormalige) Nederlandse Antillen is een ruime acht jaar geleden van start gegaan met de herziening van het Wetboek van Strafrecht van de Nederlandse Antillen en het Wetboek van Strafrecht van Aruba.
Oorspronkelijk bestond de hoop, dat zowel het Wetboek van Strafrecht als het Wetboek van Strafvordering in drie jaar herzien konden worden. Deze termijn is niet reëel gebleken.

Wetboek van Strafrecht
Aanvankelijk was het de bedoeling dat het Wetboek van Strafrecht en de Wet BOB (die de herziening van het totale Wetboek van Strafvordering als spoedeisend vooraf  gaat), zoals dat door het projectteam van prof. De Doelder was aangeleverd, voor de opsplitsing van de Nederlandse Antillen in afzonderlijke entiteiten op 10 oktober 2010 door de toenmalige Staten van de Nederlandse Antillen zouden worden behandeld en aangenomen. Op die wijze zou zowel ten aanzien van het Wetboek van Strafrecht als met betrekking tot de Wet BOB worden bewerkstelligd dat alle afzonderlijke entiteiten die een voortzetting van de voormalige Nederlandse Antillen zouden vormen, gelijkluidende wettelijke bepalingen gelding zouden hebben. Het behoeft geen nadere uitleg welke voordelen het hebben van gelijkluidende bepalingen voor de opsporing, het openbaar ministerie, de rechterlijke macht en de advocatuur in de afzonderlijke entiteiten met zich brengt.

Anders dan het voornemen om de bepalingen voor opsplitsing van de Nederlandse Antillen te behandelen zijn de Staten van de Nederlandse Antillen in de Statenvergadering tot het besluit gekomen dat de voorliggende wetsvoorstellen Wetboek van Strafrecht en Wet BOB te precaire aangelegenheden betroffen om daarover niet door de afzonderlijke entiteiten een besluit te laten nemen.

Dat besluit betekende voor het projectteam van De Doelder dat het ontwerp-Wetboek van Strafrecht voor de Nederlandse Antillen diende te worden gewijzigd in twee afzonderlijke wetboeken van Strafrecht voor de afzonderlijke entiteiten, te weten een Wetboek van Strafrecht voor Curaçao en een Wetboek van Strafrecht voor Sint Maarten. Het Wetboek van Strafrecht voor de BES-eilanden is opgesteld door Nederland en betreft een combinatie van het oude Wetboek van Strafrecht van de Nederlandse Antillen en voorstellen van het projectteam. Het ontwerp-Wetboek van Strafrecht voor Aruba behoefde geen wijziging. Voor de BOB-wetgeving gold dat de bepalingen geen aanpassing behoefden, maar wel door afzonderlijke entiteiten als eenvormige of gelijkluidende tekst diende te worden aangenomen waarover hieronder meer.

Na 10 oktober 2010 is het ontwerp-Wetboek van Strafrecht voor de Nederlandse Antillen aangepast om toepassing te kunnen vinden in de afzonderlijke entiteiten. In die aanpassing zijn enige verbeteringen ten opzichte van het ingediende Wetboek van Strafrecht van de Nederlandse Antillen meegenomen en enige nieuwe bepalingen toegevoegd conform de wens van de verschillende Ministers van Justitie. Tevens is gekozen voor een nummering, die zowel in Curaçao, Sint Maarten als Aruba gaat gelden.

In Curaçao is het nieuwe Wetboek van Strafrecht uiteindelijk unaniem aangenomen door de Staten op 7 juli 2011. Op 15 november 2011 is het Wetboek van Strafrecht van Curaçao in werking getreden. Na inwerkingtreding zijn aan diverse instanties nog enige presentaties gegeven over het nieuwe Wetboek van Strafrecht door het projectteam van De Doelder. Het projectteam van De Doelder heeft in samenwerking met Wolf Legal Publishers een uitgave gepubliceerd met daarin het Wetboek van Strafrecht en een bewerkte Memorie van toelichting.
In Aruba is het Wetboek van Strafrecht op 18 april 2012 aangenomen. In Aruba is men voornemens het Wetboek van Strafrecht op 1 januari 2013 in werking te laten treden. De datum van behandeling in de Staten in Sint Maarten is tot op heden nog onbekend.

Wet BOB en andere spoedeisende veranderingen
De BOB-wetgeving is inmiddels in Aruba, Curaçao en Sint Maarten aangenomen. In Curaçao is de BOB-wetgeving op 4 november 2011 aangenomen onder voorwaarde dat het na acceptatie door de overige landen nogmaals door de Staten van Curaçao zou worden behandeld. In Sint Maarten is het BOB-wetsvoorstel eind januari en begin maart door de Justitie-commissie van de Staten behandeld. Op 15 maart 2012 is de BOB wetgeving in Sint Maarten aangenomen. In Aruba is de BOB-wetgeving op 17 februari 2012 aangenomen. Dientengevolge kon de wet door de Staten van Curaçao nogmaals worden behandeld in maart 2012 om het wetsvoorstel definitief te aanvaarden. De datum van invoering voor Curaçao en Sint Maarten is thans nog niet bekend; Aruba heeft de regeling reeds ingevoerd in maart 2012.

Werkwijze projectteam bij Herziening Wetboek van Strafvordering
De Erasmus Universiteit Rotterdam bereidt in de persoon van Prof. mr H. de Doelder, bijgestaan door leden van zijn staf, de teksten voor ten behoeve van een nieuw Wetboek van Strafvordering. Het projectteam presenteert de concept wetsteksten met een concept memorie van toelichting aan de leden van de Commissie (thans de Gezamenlijke Commissie Herziening Wetboek van Strafvordering van Aruba, Curaçao en St. Maarten en van Bonaire, St. Eustatius en Saba). De leden van de Commissie bespreken de teksten en zijn in de gelegenheid wijzigingsvoorstellen te doen. Aan de hand van deze opmerkingen maakt het projectteam een nieuwe versie, welke versie wederom door de Commissie wordt besproken. Dit proces kan zich enige malen herhalen. Uiteindelijk wordt de eindtekst vastgesteld.

Wetboek van Strafvordering
Wat nu voornamelijk resteert is de herziening van het Wetboek van Strafvordering. Het project Herziening Wetboek van Strafvordering zal geschieden onder de leiding van een gezamenlijke Commissie Wetboek van Strafvordering van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, St. Eustatius en Saba. Wie als voorzitter zal fungeren is na het aftreden van de heer Pietersz als procureur-generaal van Aruba en dus als voorzitter nog onbekend. Het project wordt uitgevoerd onder de verantwoordelijkheid van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, St. Eustatius en Saba. Het project is bij uitstek grensoverschrijdend. De achtergrond daarvan is gelegen in een formele reden die is gelegen in de na te streven eenvormigheid en in elk geval concordantie. Als materiële reden valt te noemen de dringende en dwingende noodzaak, dat zowel het genoemde Hof als ook de Hoge Raad der Nederlanden niet te maken krijgen met meerdere Caribische Wetboeken van Strafvordering.

Inhoudelijk wordt het bestaande Wetboek van Strafvordering, dat eerst per 1997 in werking is getreden, geëvalueerd en aangepast op eventuele tekortkomingen en verder zal het wetboek worden voorzien van een update. De laatste jaren zijn in Nederland talrijke wijzigingen in het Wetboek van Strafvordering aangebracht. We spreken alleen al over ruim honderd wijzigingen in de periode 1995-2012 en de stroom is zeker niet opgedroogd. Alle wijzigingen zullen moeten worden beoordeeld en er zal worden bekeken of de wijzigingen ook in Aruba, Curaçao, Sint Maarten en Bonaire, St. Eustatius en Saba noodzakelijk zijn. Gestreefd wordt naar een zo eenvoudig mogelijke implementatie. Die implementatie kan niet bestaan in het eenvoudig kopiëren van de teksten, aangezien de opbouw van het Wetboek van Strafvordering van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en Bonaire, St. Eustatius en Saba een andere is dan die van het Wetboek van Strafvordering van Nederland.

De noodzaak om het Wetboek te herzien is groot. Niet slechts vanwege het enorme aantal wijzigingen dat de afgelopen jaren in Nederland is doorgevoerd, maar eenvoudig omdat de ontwikkelingen in het recht aanpassingen vereisen. Als voorbeeld kunnen we hier noemen de juridische en verdragstechnische noodzaak om over te gaan tot codificatie van de Salduz-uitspraak en de wetswijzigingen die deze uitspraak met zich brengen. Ook de uitbreiding van de mogelijkheden voor politie en justitie in het kader van de effectieve terrorismebestrijding is van groot belang.
Er wordt naar gestreefd aan het eind van het jaar (in elk geval begin 2013) de conceptteksten het Wetboek van Strafvordering aan de Commissie herziening Wetboek van Strafvordering te hebben aangeboden.

Publicatie Wetboek van Strafrecht >> Prof. H. de Doelder, mr. J.H.J. Verbaan en mr. R.J. Verbeek (red.)
 

Geen vervolging vrachtwagenchauffeur voor dodelijk ongeval

KRALENDIJK - Op 11 september 2018 vond er zeer ernstig verkeersongeval plaats op de Kaya Korona. De bestuurder van een vrachtauto raakte de macht over het stuur kwijt en reed tegen een tegemoet komende auto aan.

Boetes OM voor “niet-registreren” makelaars en autohandelaren

WILLEMSTAD - Naar aanleiding van een aangifte van de FIU (Financial Intelligence Unit Curacao) in april 2019, heeft het OM 44 transactievoorstellen doen uitgaan naar makelaars en autohandelaren.

Gezaghebber Bonaire wordt niet vervolgd

KRALENDIJK - De gezaghebber van Bonaire, de heer E.E. Rijna, wordt door het Openbaar Ministerie niet vervolgd wegens overtreding van vergunningvoorschriften door het bedrijf Bon Recycling BV.