ING not free from black list

AMSTERDAM - ING is still not released from a subsidiary bank that the United States put on the terror black list in 1996. For three and a half years the bankbanking-insurance company has been conducting an investigation into the transactions of its subsidiary on Curaçao: the National Caribbean Bank (NCB).

AMSTERDAM - ING is nog steeds niet verlost van een dochterbank die Amerika in 2006 op de terreurlijst heeft gezet. De bank-verzekeraar doet al drieënhalf jaar onderzoek naar transacties van haar dochter op Curaçao: de National Caribbean Bank (NCB). Ondanks die lange periode is ING er niet in geslaagd de verblijfplaats van enkele tientallen klanten van de recent gesloten vestiging van NCB te achterhalen.

Dat blijkt uit de slotverantwoording die in december 2009 is gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel op Curaçao en uit een nadere toelichting van ING. De VS hadden de ING-bank op een lijst van gezochte terreurorganisaties gezet, omdat NCB deels in handen was van Cubanen.

Het onderzoek naar transacties van de op Curaçao gevestigde bank vergt veel tijd, omdat alle transacties moeten worden nagekeken, zegt een woordvoerder van ING. De bank wil niet zeggen wat er tot nog toe bij het nog lopende onderzoek is ontdekt.

Dat er circa vijftig klanten niet zijn gevonden, is gebruikelijk bij de opheffing van een bank, zegt de woordvoerder. De onvindbare klanten hebben nog enkele tienduizenden euro tegoed.

NCB, dat voor 50 procent in handen was van ING, werd in juli 2006 door de Amerikaanse regering op de zwarte lijst geplaatst van instanties waarmee Amerikaanse banken geen zaken mogen doen.

Op deze zwarte lijst prijken vooral terreurorganisaties. Ook staan de Rotterdamse stichting Al Aqsa, het islamitische liefdadigheidsfonds Benevolence en de Nederlandse tak van de Saoedische liefdadigheidsorganisatie Al Haramain erop. Ook de vrijgesproken Guus K., die verdacht werd van wapenhandel, staat op de lijst.

De VS plaatsten naast terreurorganisaties ook instanties op de lijst die zakelijke banden met Cuba onderhouden. NCB was in 2006 voor de helft in handen van twee Cubaanse banken en had ook een vestiging in Havana. De Amerikaanse instantie die de lijst opstelt, verklaarde in 2006 dat plaatsing op de lijst te maken had met deze Cubaanse banken.

ING besloot de dochter NCB na plaatsing op de zwarte lijst op te heffen. De bank is in december 2009 definitief gesloten.

Volgens de advocaat, die met goedkeuring van de Centrale bank van de Nederlandse Antillen was aangesteld om de sluiting te regelen, is er met enkele klanten gecorrespondeerd over de ‘mogelijke knelpunten’ die de Amerikaanse zogenoemde OFAC-lijst zou opleveren.

‘De afwikkeling vindt, mede met het oog op identificatie- en compliancevragen, plaats in nauw overleg met ING Bank’, schrijft advocaat Karel Frielink in zijn slotverantwoording. Hij geeft geen nadere toelichting.

Na opheffing van NCB zat er bij de ING-dochter 29 miljoen euro in kas. Dit bedrag is als winst uitgekeerd aan ING, dat sinds 2007 de enige aandeelhouder was. Het bedrag dat rekeninghouders nog tegoed hebben is weggezet bij de centrale bank van de Antillen.

Karel Frielink is an attorney and partner at Spigthoff Attorneys at Law and Tax Advisers Curaçao.

(Source: Dutch Newspaper De Volkskrant)

13 january, 2010

Alle vestigingen Hof van Justitie 22 mei gesloten

Alle vestigingen van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie zijn op vrijdag 22 mei 2020, de dag na Hemelvaart, gesloten. Op deze dag hebben de medewerkers van het Hof op Aruba, Bonaire, Curaçao en Sint Maarten een arbeidsverkorting dag (ATV-dag).

Aankomende Nederlandse casino reguleringen in 2021

DEN HAAG - Vanaf volgend jaar zal de overheid licenties af gaan geven aan online casino’s uit Nederland. Dit was eerder niet mogelijk, waardoor het eigenlijk betekent dat online gokken vanaf dit moment legaal zal worden iin Nederland.

Aangifte tegen gezaghebber Bonaire geseponeerd

KRALENDIJK - Op 6 maart 2020 hebben mevrouw R. Hellburg-Makaai en de heren M. Pieters en C. Abraham, leden van de Eilandsraad Bonaire, aangifte gedaan van valsheid in geschrift tegen de gezaghebber van Bonaire.