Lisbeth Hoefdraad:Pleidooi voor "Caribisering"

Er zijn 34 full time rechters voor de Nederlandse Antillen en Aruba. Daarvan wordt ongeveer tweederde ‘ingevlogen’ vanuit Nederland. Die Nederlandse rechters worden uitgezonden voor een beperkte periode van minimaal drie en maximaal vijf jaar.

Waarom kunnen de Antillen en Aruba niet hun eigen Hof bemannen? En hoe zit dat straks na de herstructurering van de Nederlandse Antillen?

Ze is de eerste vrouwelijke president van het Gemeenschappelijke Hof van Justitie van de Antillen en Aruba. Sinds juni 2007 staat Lisbeth Hoefdraad aan het hoofd van de organisatie. “Maar het gaat niet zo ver dat ik rechters mag vertellen wat zij moeten doen. Rechters zijn onafhankelijk en beslissen zelf over de inhoud van hun uitspraken”, legt ze uit.
Hoefdraad houdt zich sinds haar aantreden bezig met de geplande staatkundige hervormingen op de eilanden. Op de vraag waarom het Hof zoveel rechters uit Nederland moet laten overkomen, heeft ze een eerlijk antwoord. “Het Hof heeft er nooit hard aan getrokken. Natuurlijk stonden er in allerlei vakbladen advertenties, maar dat heeft nog nooit mensen gemotiveerd.” Volgens de president gooit het Hof het nu over een andere boeg. “We zijn veel actiever potentiële rechters gaan werven. We hebben een eigen opleiding en daarin zitten nu meer mensen dan ooit.”
Hoefdraad vindt het geen goede zaak dat er veel verloop zit in het rechtersbestand. “Daardoor krijg je iedere keer dezelfde discussies en kan je moeilijk een vaste lijn aanhouden. Het voordeel van wisselende personen is dat je steeds verversing hebt en dat is belangrijk om als organisatie niet te verstarren. Maar tweederde ‘vers bloed’ is misschien wat veel. Daarom trekken we hard aan de ‘Antillianisering-Arubanisering’ van de groep rechters om een ‘vaste kern’ te creëren. Binnenkort gaan we dat maar ‘Caribisering’ noemen, omdat we dan met vier landen te maken hebben.”

Opleiding
Als een Antilliaan of Arubaan rechter wil worden, kan hij naar Nederland gaan voor de opleiding of de lokale opleiding volgen op de Antillen en Aruba. “Onze eigen opleiding lijkt veel op die in Nederland maar heeft ook ‘lokale trekken’. Dat is belangrijk, want wij doen meer dan een ‘gewone’ rechtbank in Nederland. Dat komt omdat wij ook het Hoger Beroep behandelen.”
De wetboeken die gelden op de Nederlandse Antillen en Aruba verschillen enigszins van die in Nederland. “Onze lokale wettelijke regelingen lijken, zeker waar het de ‘grote wetboeken’ aangaat, veel op Nederlandse wetten. Dan heb je het over het Burgerlijk Wetboek, het Wetboek van Rechtsvordering, het Wetboek van Strafrecht en het Wetboek van Strafvordering. Maar er zijn ook specifieke wetten die voor een bepaald eiland gelden en die moet je als rechter ook kennen.”
Tijdens de praktijkopleiding op de Antillen moet een rechter eerst vonnissen concipiëren. Daarna gaat hij aan de slag als plaatsvervangend rechter. Hij wordt dan telkens beoordeeld door vaste begeleiders totdat hij definitief wordt benoemd. Er wordt dan onder meer gekeken naar de kwaliteit van zijn vonnissen en zijn zittingsgedrag, maar ook naar zijn persoonlijkheid. “Een rechter moet natuurlijk niet iemand zijn die elke avond in de kroeg hangt. Je bent in deze kleine samenleving een stuk herkenbaarder. Daarom moet je je er altijd van bewust zijn dat mensen naar je kijken en in de gaten houden wat je doet.”

Taal
Net als in andere beroepsgroepen is taal een belangrijke kwestie in de rechtbank. Er zijn meerdere voertalen op het eiland en dus ook in de rechtbank. “Bij een strafrechtzaak is het belangrijk dat de persoon om wie het gaat de zaak goed begrijpt. Dus er is altijd een tolk aanwezig zodat iedereen de hele zitting kan volgen. Als de verdachte Papiaments spreekt en de rechter ook, dan is daartoe in principe geen noodzaak.”
Het Hof is ook verantwoordelijk voor de rechtspraak op Sint Maarten, Saba en Sint Eustatius, waar Engels wordt gesproken. “Het is geen probleem als bij een zaak Engels wordt gesproken als alle betrokkenen het goed kunnen volgen. Maar bij een civiele zitting wordt meestal Nederlands gesproken, omdat zo’n zaak vaak door advocaten bepleit wordt.” De formele rechtstaal is Nederlands en de vonnissen worden ook in het Nederlands geschreven. Ook de opleiding is in het Nederlands. “De beheersing van de Nederlandse taal is dus wel belangrijk. De wetgever bepaalt of dat na de herstructurering moet veranderen, maar ik zie dat voorlopig echt niet gebeuren. Te veel hobbels op de weg.”

Herstructurering
De toekomstige structuur van de Nederlandse Antillen zal inhouden dat de twee grootste eilanden van de huidige Nederlandse Antillen, Curaçao en Sint Maarten, ieder de status van Land krijgen. Het gaat daarbij om een status vergelijkbaar met degene die de Nederlandse Antillen en ook Aruba onder de huidige situatie binnen het Koninkrijk hebben. Het land Nederlandse Antillen zal bij het ingaan van de toekomstige structuur worden opgeheven. Met de drie kleinere eilanden, Bonaire, Sint Eustatius en Saba, is overeengekomen dat deze een rechtstreekse band met Nederland krijgen. Zij krijgen een status die in de praktijk in grote lijnen zal gaan lijken op die van Nederlandse gemeenten, met aanpassingen op grond van hun ligging in het Caribisch gebied.
De interne organisatie van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie zal behoorlijk veranderen na de ontmanteling van de Antillen. Immers: het Hof heeft dan niet meer te maken met twee, maar met vier landen. Om het niet nodeloos ingewikkeld te maken is ervoor gekozen om het Hof straks een ‘openbare rechtspersoon’ te maken. Dat houdt in dat het Hof een eigen budget zal krijgen en alle personeelsleden zelf in dienst zal nemen. Ook moet het Hof zorg dragen voor de financiële administratie en daarvoor verantwoording afleggen. Het Hof krijgt dan een eigen rechtbankbestuur om de organisatie aan te sturen. “Naar buiten toe zullen de mensen er echter niet veel van merken, want in de behandeling van zaken zal niets veranderen.”
Hoefdraad is positief over de veranderingen in haar organisatie waar zij sinds haar aantreden aan werkt. “Het is goed voor het Hof dat we wat meer los komen van de overheden en dat we wat meer een eigen organisatie worden. Maar als je me achteraf gezien vraagt of de ontmanteling van de Nederlandse Antillen anders had gekund, dan beaam ik dat. Het was op sommige vlakken verstandig geweest het iets anders aan te pakken. Maar dat is een gepasseerd station en daar moet je niet op terug komen.”

Wetgeving
Voor de wetgeving heeft de herstructurering behoorlijke gevolgen. “Er zijn straks vier landen, met ieder zijn eigen wettelijke regelingen.Met name de BES-eilanden zullen een buitenbeentje blijven. Immers: belangrijke wetgeving voor de BES-eilanden wordt in Nederland gemaakt, niet op Bonaire. En al die wijzigingen zullen wij moeten registreren en bijhouden. Daarom hoop ik dat men zich in Nederland bij het invoeren van nieuwe wettelijke regelingen voor Nederland stelselmatig zal afvragen of het wel zin heeft die ook toe te passen op de BES-eilanden.”
De wetgeving noemt Hoefdraad een ‘punt van zorg’. “We hebben nu al twee landen dus twee ‘pakketten van wetgeving’ die komen op veel punten overeen maar wijken ook af. Straks hebben we vier landen die qua wetgeving steeds verder van elkaar zullen afwijken. Daar wordt eigenlijk niemand beter van. Ik heb daar ook al regelmatig aandacht voor gevraagd in de politiek.” Zo zouden er gecombineerde uitgaven van wetboeken uit kunnen worden gebracht, vindt de president. “Dan vallen de verschillen in wetgeving direct op.”
Zich bemoeien met de politiek doet Hoefdraad niet. De politiek zit voor een deel in hetzelfde gebouw: aan de andere kant van de lange gang zetelen de Staten van de Nederlandse Antillen. “Maar we lopen zeker niet de deur plat bij elkaar.” En ook de regering bemoeit zich volgens Hoefdraad niet met het Hof. “Zij stellen nooit vragen die ze niet horen te stellen en ik vertel ze ook geen dingen die ze niet behoren te weten. Het zijn volkomen gescheiden machten zoals dat hoort in een Trias Politica.”
Het Hof zal de komende jaren een beroep blijven doen op Nederland voor de rechterlijke bezetting. “Vers bloed zullen we altijd wenselijk blijven vinden binnen de organisatie. Maar ik hoop wel dat de verhouding, die nu tweederde is, om kan worden gedraaid naar eenderde.”


Lisbeth Hoefdraad
Hoefdraad (1951) is geboren en getogen op Curaçao. Haar beide ouders waren van Surinaamse afkomst. Ze was al jaren actief als rechter aan het Antilliaanse Hof voordat ze president werd. De laatste jaren diende zij tevens als persrechter. Voordat ze bij het Hof kwam, was ze hoofd van de dienst Algemene en Juridische Zaken van het Eilandgebied Curaçao en hoofd juridische zaken van de Maduro & Curiel’s bank. Hoefdraad studeerde rechten aan de Rijksuniversiteit Groningen.


Hof
Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie is een samenwerkingsverband van de Nederlandse Antillen en Aruba. Het is gevestigd op Curaçao, maar houdt ook zitting op Aruba en Sint Maarten. Het hof levert ‘eerstelijns rechtspraak’ en verzorgt de vonnissen in het Hoger Beroep.

22 May 2010

Eerste Kamer akkoord: Nederland krijgt internationale handelskamer

DEN HAAG - De Eerste Kamer heeft ingestemd met wetgeving die Engelstalige rechtspraak mogelijk maakt.

UoC Symposium Future Proofing 2050

WILLEMSTAD - Afgelopen donderdag, 29 november 2018, hebben de derdejaarsstudenten van de bacheloropleiding Human Resource Management van de Universiteit van Curaçao Dr. Moises da Costa Gomes (UoC), een symposium georganiseerd omtrent Future Proofing 2050.

Schorsing van Inspecteur-generaal bij de Inspectie voor de Volksgezondheid Huurman wordt niet uitgesteld

WILLEMSTAD - Op 19 november 2018 heeft de Regering de Inspecteur-generaal bij de Inspectie voor de Volksgezondheid Jan Huurman voor een maand geschorst. De Inspecteur-generaal heeft het Gerecht in Ambtenarenzaken verzocht om deze beslissing uit te stellen.