Social media op de werkvloer

Stelt u zich eens een regenachtige donderdagmiddag in het voorjaar van 2012 voor. Na de lunch gaat u met een kopje koffie weer achter uw computer zitten en maakt een rondje Facebook, LinkedIn, Hyves en Twitter. Simultaan post en tweet u: “Pfffff, wat een dag. Geen zin vandaag, lekker niks doen vanmiddag. Baas toch op vakantie.”

Uw werkgever zal niet zo blij zijn met deze post/tweet, maar gelet op het krediet dat u geniet binnen uw bedrijf, besluit hij er toch maar niks van te zeggen.
 
Waar ligt de grens? Behoort een dergelijke post/tweet tot het privédomein van de werknemer? Of heeft een werkgever daar ook iets over te zeggen? En welke situaties kunnen zich nog meer voordoen als het gaat om social media op de werkvloer? Begin 2012 is er een aantal uitspraken gepubliceerd waarin op deze vragen nader wordt ingegaan.
 
Relatiebeding en Twitter
In deze kwestie krijgt het gerechtshof te ’s-Gravenhage de vraag voorgelegd of een werknemer die na beëindiging van de arbeidsovereenkomst op Twitter aangeeft “op zoek te zijn naar ZZP-ers op het terrein van finance” (dezelfde branche als zijn ex-werkgever) het relatiebeding overtreedt. Volgens het gerechtshof bevindt deze werknemer zich op glad ijs, maar is er geen sprake van het “onderhouden van zakelijke contacten” zoals door het relatiebeding verboden. Daarbij weegt het gerechtshof mee dat het volgen op Twitter een eenzijdige actie is vanuit de volger en niet specifiek geïnitieerd is vanuit de eigenaar van het gevolgde Twitteracccount. Een uitnodiging daarvoor en een acceptatie daarvan zijn, anders dan bijvoorbeeld bij de persoonlijke accounts op Facebook of LinkedIn, aldus het gerechtshof, niet nodig. Het gerechtshof voegt daar nog aan toe dat Twitter moet worden gezien als een moderne vorm van adverteren waarbij het zeer wel kan voorkomen dat de werknemer en de ex-werkgever in elkaars “kaartenbakken” zullen zitten.
 
Relatiebeding en Facebook, Hyves en Twitter
Ook in deze kwestie dient de kantonrechter zich een oordeel te vormen over overtreding van het relatiebeding als gevolg van uitlatingen in social media. In dit geval is een ex-werknemer van de werkgever in kwestie, een dansschool, eveneens een dansschool begonnen en onderhoudt deze werknemer via Facebook, Hyves en Twitter contacten met leerlingen van de dansschool van de ex-werkgever. De kantonrechter overweegt dat conversaties via social media zoals Hyves, Twitter, Facebook en Whatsapp in beginsel moeten worden beschouwd als geschiedend in de privésfeer van de betrokkenen en dus vallend onder het grondrecht van vrije meningsuiting, tenzij daaruit een duidelijk en ondubbelzinnig zakelijk karakter blijkt. Dat zou bijvoorbeeld het geval zijn indien de werknemer in kwestie expliciet de specifieke contacten zou vragen om over te stappen naar zijn dansschool. Daarvan is niet gebleken, aldus de kantonrechter. Er was in dit geval dan ook geen sprake van overtreding van het relatiebeding door het onderhouden van contacten via social media.
 
Zie anders: relatiebeding en LinkedIn
Anders oordeelde de rechtbank in Breda een jaar geleden al. In die kwestie waren partijen een specifiek relatiebeding overeengekomen in de beëindigingsovereenkomst dat onder meer inhield dat de werknemer geen contact mocht hebben of mocht onderhouden met één van de daarin genoemde bedrijven. Uit een wat technisch betoog over print screens en contacten via LinkedIn concludeert de rechtbank uiteindelijk dat de werknemer in kwestie in ieder geval op twee data gelegen na het tekenen van de vaststellingsovereenkomst contact gehad heeft met een persoon werkzaam bij één van de in het relatiebeding genoemde relaties. De inhoud van dat contact doet daarbij niet ter zake, aldus de rechtbank. Resultaat: tweemaal een boete van € 10.000 verbeurd op basis van het aan het relatiebeding gekoppelde boetebeding.
 
Uitlatingen op Facebook
Niet alleen na beëindiging van het dienstverband, maar ook tijdens het dienstverband doet zich de vraag voor of uitlatingen via social media toelaatbaar zijn gelet op goed werkgever- en goed werknemerschap. De kantonrechter Arnhem heeft zich op 19 maart 2012 uitgelaten over een werknemer van Blokker die zich negatief had uitgelaten op Facebook over zijn werkgever en leidinggevende, en wel in de volgende bewoordingen: “blokker wat een hoerebedrijf spijt dak er ben gaan werken en die mensen ook d er werken vooral me teamleider wat een gore achter de ellebogen nijmegseple nep wout je ken aan die kkstreken van hem wel merken dat hij uit nijmegen ko en wout uis geweest de hoerestumperd ooit komt mijn dag en geloof me dan st ze janken kkhomo’s.”
 
Daarop verzocht de werkgever ontbinding van de arbeidsovereenkomst, primair op grond van een dringende reden, welke ontbinding werd gehonoreerd, zonder toekenning van een vergoeding. Ter staving van het oordeel wees de kantonrechter erop dat het argument van de werknemer - dat Facebook tot het privédomein van de werknemer behoort - onjuist is. Werknemer miskent dat het privékarakter van Facebook betrekkelijk is. In dit geval heeft één van de collega’s van werknemer, die kennelijk tot de “vriendenkring” van werknemer op Facebook behoort, Blokker van het bericht op de hoogte gesteld. Ook hebben anderen van de uitlating van werknemer kennis kunnen nemen. Werknemer miskent bovendien, aldus de kantonrechter, dat met het plaatsen van het bericht op Facebook er een risico is van ‘re-tweeten’, welk risico met zich meebrengt dat ook anderen dan de ‘vrienden’ van werknemer kennis kunnen nemen van het bericht in kwestie.
 
Conclusie
Vooralsnog wordt er door rechters in Nederland dus nogal verschillend geoordeeld over het gebruik van social media tijdens en na beëindiging van het dienstverband. Er zijn mogelijkheden om ervoor te zorgen dat het dubbeltje sneller uw kant op valt. Het werken met een social media protocol is er daar één van en daarnaast kunt u natuurlijk uw postcontractuele bedingen (zoals het geheimhouding-, non-concurrentie- en relatiebeding) aanpassen op het gebruik van social media.

mr. Bart Hunnekens, Deterink Advocaten en Notarissen

(Source: Rechtennieuws)

 

Wijziging dienstverlening Gerecht in eerste aanleg Bonaire vanwege Coronamaatregelen van 21 t/m 30 september

KRALENDIJK – Om de verspreiding van het coronavirus Covid-19 tegen te gaan heeft het Gerecht in eerste aanleg Bonaire een aantal maatregelen genomen. Deze maatregelen gelden voorlopig vanaf vandaag, 21 september, tot en met 30 september 2020.

Politie neemt gevaarlijke honden in beslag

WILLEMSTAD - Heden heeft het HIT-team van de politie op last van de officier van justitie van het Openbaar Ministerie twee gevaarlijke honden in beslaggenomen. Dit naar aanleiding van een bijtincident dat deze zomer plaatsvond bij Koredor.

Openbaar Ministerie schikt met geldtransactiekantoren

De officier van justitie van het Parket Procureur-Generaal van Curaçao, Sint Maarten en Bonaire, Sint Eustatius en Saba (“OM”) heeft een tweetal geldtransactiekantoren op Sint Maarten – Popular Express en Money Express - een transactie aangeboden ter voorkoming van verdere strafrechtelijke vervolging.