Toespraak Hofpresident Eunice Saleh bij installatie nieuwe rechters Aruba

ORANJESTAD - Vandaag zijn op de vestiging Aruba van het Hof van Justitie mrs. Jacques Keltjens en Maite de Haseth geinstallerd tijdens een bijzondere zitting. Mr. Keltjens is de nieuwe vicepresident van het Hof met standplaats Aruba. Mr. Haseth is een lokale rechter.

Hieronder leest u de toespraak van president mr. Eunice Saleh in het kader hiervan. 

Excellenties, dames en heren,
 
Hierbij open ik deze bijzondere zitting van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie en heet u allen van harte welkom.
 
Een bijzonder welkom voor onze genodigden, Excellenties: de Gouverneur van Aruba, de heer Boekhoudt, Minister-President mevrouw Wever-Croes, Minister van Justitie de heer Bikker, voorzitter van de Staten de heer Thijsen. Ook een welkom voor voorzitter en leden van de Beheerraad, het parket, de advocatuur, het notariaat en natuurlijk alle collega's van het Hof.
 
Het is voor mij een groot genoegen om vandaag twee rechters aan u voor te stellen. Het gaat om de heer mr. Jacques Keltjens en mevrouw mr. Maite de Haseth. Wat het extra bijzonder maakt is dat mr. Keltjens ook de nieuwe vicepresident is van het Gerecht Aruba en dat het Hof met de benoeming van mr. De Haseth weer een stap zet op de weg van Caribisering van het Hof.
 
Ik verleen akte van de voorlezing. Hiermee is de installatie van mrs. Keltjens en De Haseth een feit. Ik zal hen aan u voorstellen.
 
Ik begin bij mr. Keltjens, aan mijn linkerhand gezeten. Hij is geboren op 19 juni 1959. Mr. Keltjens heeft Nederlands recht gestudeerd aan de Universiteit van Amsterdam, waar hij in 1986 afstudeerde. Na een directeurschap bij Odeon Veiling en een stage bij Robin Thompson & Partners Sollicitors te London, volgde mr. Keltjens van 1989 tot 1994 de Raio-opleiding. In 1995 is mr. Keltjens benoemd tot rechter en tot aan zijn vertrek naar Aruba heeft hij bij de rechtbank Den Haag gewerkt bij handel, straf, familie en jeugd en bij insolventie. Ook heeft hij leidinggevende functies vervuld, laatstelijk als voorzitter van het team Handel. Mr. Keltjens heeft door de jaren heen verschillende nevenwerkzaamheden verricht, o.a. als docent en ook als directeur bij het Internationaal Juridisch Instituut. Een noemenswaardig project waar mr. Keltjens als technisch adviseur van de Nl. Raad voor de Rechtspraak bij betrokken is geweest, betreft de samenwerking tussen het Hof van Justitie van Suriname en de Raad voor de Rechtspraak in Nederland. Dit project heeft als doel de rechtspraak in Suriname verder te verzelfstandigen en te versterken. Hieruit blijkt wel dat het Caribisch Gebied op mr. Keltjens een bijzondere aantrekkingskracht uitoefent. Hij zegt daar zelf over, en ik dat neem ik zonder meer aan, dat hij zich gemakkelijk aanpast aan de plaatselijke cultuur en dat het hem geen moeite kost om geldende normen te respecteren.
 
Degenen die met mr. Keltjens hebben samengewerkt hebben o.a. het volgende over hem gezegd: aangenaam, open en rustig en een luisterend oor, houdt het overzicht, weet verbinding te behouden. Deze kenmerken heb ik gedurende de eerste twee weken van het vicepresidentschap van mr. Keltjens al kunnen waarnemen. Ik zie dan ook uit naar een vruchtbare samenwerking in het bestuur en op de Arubaanse vestiging van het Hof. Mr. Keltjens zal naast de bestuurstaak, met name werkzaam zijn in de civiele rechtspraak in eerste aanleg.
 
Ik stel vervolgens aan u voor mr. Maite de Haseth, aan mijn rechterhand gezeten. Zij is op Curaçao geboren op 9 mei 1979. Mr. De Haseth heeft rechten gestudeerd aan de Rijksuniversiteit Leiden, waar zij in 2003 het doctoraal examen Nederlands recht met
afstudeerrichtingen civiel en staats- en bestuursrecht behaalde.
Gedurende haar studie liep zij stage bij het Gemeenschappelijk Hof. In 2004 begon zij aan haar carrière bij de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in Den Haag waar zij tot 2016 heeft gewerkt. Eerst als Stafjurist en per 2012 als Waarnemend Senior Jurist, met als specialisaties Caribisch en Nederlands recht algemeen en bijzonder bestuursrecht. De banden met het Hof bleven, want in die hoedanigheid is zij ook griffier geweest op zittingen van het Larhof (hoger beroep bestuurszaken). Per 1 februari 2015 kwam mr. De Haseth voor langere tijd naar het Hof in het kader van een projectgroep voor de juridische en administratieve ondersteuning van de bestuursrechtspraak in hoger beroep. Haar al langer bestaande wens om rechter te worden heeft geresulteerd in een sollicitatie voor de rio –opleiding. En zo kon mr. De Haseth in 2016 in Aruba beginnen met de opleiding voor het ambt waar haar hart lag. Mr. De Haseth heeft de opleiding voortreffelijk doorlopen en vorig jaar afgerond, na een verdiepingsstage van 6 maanden bij de rechtbank Den Haag. Daar heeft zij Jacques Keltjens leren kennen, de voorzitter van het team waar mr. De Haseth in opleiding was. Een kleine wereld, zo blijkt maar weer.
 
Mr. De Haseth heeft een indrukwekkend CV: een lange lijst van nevenactiviteiten, publicaties en voordrachten. Zo is zij bestuurslid onderscheidenlijk voorzitter geweest van de Vereniging Antilliaans Netwerk, Societas Iuridica Antilliana et Arubana en de stichting Kerngroep Antilliaanse Gemeenschap.
 
Collega’s hebben het volgende over haar gezegd: niet alleen een begenadigd bestuursrechter maar ook een begenadigd civilist, collegiaal, haar deur staat altijd open, een uitstekende vraagbaak. En...... zeggen haar collega’s, je zou het niet direct denken maar Maite is erg sportief! Ze heeft zich zonder aarzeling ingeschreven voor de 100 km ‘hiking challenge’ in Arikok Park. Een fysieke uitdaging maar nog groter is de uitdaging om drie maanden lang elke zaterdag om 6 uur in de ochtend in de ‘mondi’ te gaan wandelen. Zij heeft al een maand achter de rug en is niet van plan af te haken. Verder kijken haar collega’s er naar uit om spoedig een ritje te maken in Maite’s nieuwe auto: naar alle waarschijnlijkheid een foute klassieke Mercedez- Benz.
 
Mr. De Haseth is –het zal u niet verbazen- werkzaam in de bestuursrechtspraak en de civiele rechtspraak in eerste aanleg.
 
Maite en Jacques, nogmaals bon bini bij het Hof. Heel bijzonder dat jullie na de ontmoeting in Den Haag vandaag allebei geïnstalleerd worden. Ik wens jullie veel succes, geluk en voldoening toe in je nieuwe functie. Ook de familieleden, masha pabien.
 
Dames en heren,
Ik hou u een paar citaten voor:
- Wie moedwillig het vertrouwen in rechters ondermijnt, zet de bijl aan de wortel van de
rechtsstaat.
- Worden we geregeerd door rechters of politici?
- Wie rechters onder vuur neemt vernietigt tegenmacht.
- “Framing” van rechters bedreigt onze rechtsstaat.
 
Het betreft hier koppen van artikelen die de afgelopen maanden in Nederlandse kranten zijn verschenen. Wat is de achtergrond, en hoe kunnen wij voorkomen dat een dergelijke discussie op deze felle wijze ook in onze landen postvat?
In grote lijnen heeft de discussie in Nederland betrekking op de verhouding van rechter tot politiek. Deze is aan grote kritiek onderhevig waarbij de vraag centraal staat of de rechter niet te veel op de stoel van de uitvoerende en wetgevende macht gaat zitten. De discussie is enkele jaren geleden gestart met het Urgenda-vonnis van de Haagse rechtbank. Dat vonnis is in hoger beroep en cassatie in stand gebleven. De uitspraak kwam er op neer dat de Staat moet zorgen dat het CO2-gehalte in de lucht met 25% moet dalen ten opzichte van het niveau van 1990. Deze en ook andere zaken hebben geleid tot de vraag of rechters naar de macht grijpen en te veel op de stoel van wetgevende en uitvoerende macht gaan zitten.
 
Binnen de trias politica hebben wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht verschillende taken. De wetgever stelt de regels vast waar iedereen zich aan moet houden en bepaalt daarmee de grote lijnen van de inrichting van staat en samenleving. De uitvoerende macht voert wetten uit en de rechterlijke macht toetst het gedrag van burgers en bestuurders aan die wetten. Het is dus de taak van de rechter om een zekere controle uit te oefenen op wetgevende en uitvoerende macht en daarmee te beoordelen of deze instanties rechtmatig hebben gehandeld. Tot de kern van de democratische rechtsstaat behoort immers: gebondenheid van de overheid aan gemaakte afspraken en het recht.
 
Ik zou voorzichtig willen constateren dat de discussie zoals ik die in Nederland schetste hier niet in die mate speelt. En ook lijkt mij dat we die discussie voor kunnen zijn als de drie staatsmachten zich continue bewust zijn van hun rol en daar zo goed mogelijk invulling aan geven.
 
Te beginnen bij de rechterlijke macht zelf. Rechters beoordelen vragen die uit de samenleving aan hen worden voorgelegd aan de hand van regels die de wetgevende macht heeft vastgesteld.
Daarbij hoort ook dat rechters die regels moeten interpreteren en invullen. Zulke rechterlijke beslissingen kunnen inderdaad de politiek raken en soms schuren. En eigenlijk is dat alleen maar goed, omdat het de rechterlijke onafhankelijkheid benadrukt. Het behoort nu eenmaal bij zijn controlerende taak om te beslissen over de rechtmatigheid van overheidshandelen. Maar dat betekent niet dat de rechter op de stoel van de wetgevende en uitvoerende macht zit. De rechter zorgt er juist voor dat hij niet te veel op het terrein van de andere staatsmachten komt. Bijvoorbeeld door marginaal te toetsen, waarbij een ruime marge wordt gelaten voor politieke besluitvorming. Zoals oud president van de Hoge Raad mr. Geert Corstens het formuleerde: er is een rechterlijke traditie zich terughoudend op te stellen tegenover bestuur en wetgever, niet zelf naar de macht te grijpen en extra voorzichtig te zijn als er spanning met internationaal recht bestaat.
 
De uitvoerende macht moet ervoor waken onrechtmatige besluiten te nemen. Met andere woorden: keuzes maken over hoe de samenleving behoort te worden ingericht, maar binnen de grenzen van het recht. En voor de wetgevende macht is van belang dat zij bij de totstandkoming van wetten zelf kritisch beoordeelt of die wetten in strijd zijn met bijvoorbeeld verdragen. De wetgever moet er dus zelf extra op attent zijn om geen punten te laten liggen die vervolgens door de rechter moeten worden aangevuld en mocht wetgeving door de rechter worden uitgelegd op een wijze die niet bevalt, kan de wetgever bijstellen.
 
Ik kan in het verband van totstandkoming van wetten niet nalaten het belang van concordantie in wetgeving te herhalen, dat erop neerkomt dat een aantal landsaangelegenheden binnen het Koninkrijk zoveel mogelijk op overeenkomstige wijze worden geregeld. Ik heb wel vaker gewezen op het belang van concordantie onder meer omdat bij gebreke daarvan het Hof bij de rechtspraak in de verschillende landen telkens met andere wetgeving te maken heeft, hetgeen de kans op fouten vergroot. De President van de Hoge Raad heeft bij één van zijn bezoeken aan onze landen gesuggereerd om het beginsel van “conform or explain” te hanteren bij totstandkoming van wetten. Die aanpak zou inhouden dat in de toelichting bij een wetsvoorstel standaard een paragraaf wordt opgenomen waarin aandacht wordt besteed aan de regelingen over hetzelfde onderwerp op de andere (ei)landen (en eventueel ook in Nederland). Als de voorgestelde regeling afwijkt van de wetgeving in één of meer andere landen binnen het Koninkrijk, zou dan in die toelichting moeten worden gemotiveerd waarom voor een afwijking is gekozen. Daarmee wordt vermeden dat onbedoelde verschillen in wetgeving optreden, en wordt bereikt dat per geval telkens wordt stilgestaan bij de vraag of een afwijking gerechtvaardigd is. Het besef van het belang van overeenstemmende regelingen zou daarmee verhoogd kunnen worden.
 
Terug naar de hiervoor geschetste discussie: deze kan dus voorkomen worden als elke staatsmacht zijn rol zo goed mogelijk invult en verantwoordelijkheid neemt voor de op haar rustende taken. Hierbij hoort ook uitleg geven aan de maatschappij, niet alleen over de eigen verantwoordelijkheid maar ook over die van de andere staatsmachten.
 
Dames en heren, een actuele maatschappelijke ontwikkeling die van directe invloed is op de Arubaanse samenleving en dus ook het Gerecht Aruba, is het aantal asielverzoeken als gevolg van de politieke onrust in Venezuela. Ik heb begrepen dat in Aruba in 2019 ongeveer 2000 asielverzoeken zijn ingediend en dat op ongeveer 600 verzoeken is beslist, waarvan 4 % is toegewezen. Het is te verwachten dat (een groot deel van) de verzoekers waarvan hun verzoek is afgewezen in bezwaar zullen gaan tegen de afwijzing en dat vele van die zaken op een gegeven moment bij het Gerecht (bij de afdeling bestuursrecht) zullen komen. Ook hebben de bestuursrechters in Aruba nu vaker als rechtercommissaris de inbewaringstelling van vreemdelingen te toetsen.
 
In deze zaken zal de bestuursrechter bestuursbesluiten van de uitvoerende macht hebben te beoordelen. En ook hier geldt: het is aan de politiek om in grote lijnen te bepalen in hoeverre Aruba hulp en onderdak kan bieden aan de burgers van Venezuela en waartoe het op grond van internationale verdragen verplicht is en in dit kader besluiten te nemen. De rechter als sluitstuk van de democratie toetst deze beslissingen vervolgens weer op rechtmatigheid en de daartoe geldende beginselen van internationaal recht. En daar waar de uitvoering niet voldoet, moet de rechter corrigerend optreden en gevolgen verbinden. Hoe hierop te reageren als dit gebeurt? Lering trekken, eventueel regelingen aanscherpen.
 
Tot slot: het Hof prijst zich gelukkig met onze twee nieuwe leden, die ongetwijfeld hun rol als rechter en vicepresident op voortreffelijke wijze zullen vervullen en een bijdrage zullen leveren aan de verantwoordelijke taak van de rechterlijke macht in onze rechtsstaat.
 
Danki pa e atencion.
 
 

 

Vestiging Curaçao Hof van Justitie gesloten op vrijdag 3 juli 2020

WILLEMSTAD– De vestiging Curaçao van het Hof van Justitie is op vrijdag 3 juli 2020, de dag na Dia di Bandera, gesloten. Het personeel heeft een arbeidstijdverkorting dag (ATV).

Universiteit van Curaçao start nieuwe opleiding International Hospitality & Tourism Management

WILLEMSTAD - De Faculteit der Sociale en Economische Wetenschappen van de Universiteit van uraçao Dr. Moises da Costa Gomez start in augustus 2020 met een nieuwe opleiding: Bachelor in International Hospitality & Tourism Management.

Unanimous support for law to restore Statia democracy

THE HAGUE/STATIA--The Second Chamber of the Dutch Parliament on Tuesday unanimously approved the law proposal to phase out Dutch supervision and gradually restore democracy in St. Eustatius.